Hier sta ik dan in de regen met mama's koffertje. Gefrustreerd over hoe ik hier terecht gekomen ben. Intussen is het 6 jaar geleden dat ik buiten stond, boos. Toen stond ik met mijn rug naar zijn voordeur, nu moet ik die voordeur aankijken voordat hij open doet. Mijn dochtertje naast mij, trots op dat ze zo dadelijk het koffertje mee krijgt. Ik vreet me intussen op dat ik haar af moet staan. Net zoals mama besloot ik het alleen te doen. Haar situatie was zo anders dan de mijne. Papa woonde in Engeland, hij woont gewoon hier, maar een paar kilometer van me vandaan. Hij besloot haar mee op te willen voeden. Ik bleef voet bij stuk houden. Ik zou het op mijn manier doen. Nu sta ik dan hier, we zullen het toch samen moeten doen. Hij heeft net zo veel recht op haar als dat ik dat heb. We zullen haar samen op moeten voeden. Hij wilde tenslotte echt mee doen.

Mama besloot alleen mij op te voeden, Papa wist amper wat er gebeurde en al was hij altijd blij mij te zien, ik wist dat hij even zo altijd blij dat Mama het meeste werk deed. Mijn besluit om mijn kind zelf op te voeden, ik volgde Mama's voorbeeld, ik nam aan Mama's moed te hebben. Uiteindelijk werd het hem toch te veel, in eerste instantie was alles prima, we hadden een appartement en we deden samen ons best. Zo gingen we een bedje kopen, kinderkleertjes en een wandelwagen. We gingen drie keer naar de winkel, hij vond niets goed genoeg, hij bleef twijfelen. Het werd hem teveel om er over na te denken. Hij kwam met redenen en die redenen werden steeds meer een excuus. De dame in de winkel werd er ook wanhopig van. Er werd geen keuze gemaakt. Zodoende heb ik het uiteindelijk dan alleen gedaan. Ik ging alleen naar de winkel en koos wat ik me kon veroorloven. Ik kwam thuis en daar zat hij dan, handen in het haar, een wanhopige blik. De toekomst werd hem te veel. Onze toekomst werd hem te veel.

De dagen daarna werden steeds frustrerender. Hij liep vast en kon niet door. Een week later pakte hij zijn spullen om te vertrekken en zich te bezinnen. Twee maanden later kwam hij weer terug. Alles wat moest was geregeld. Misschien was dit wat ik van Mama georven had, de vaardigheid om door te blijven gaan. Zo deed zij dat tenslotte ook. Ze wist er altijd wat van te maken, ze was besluitvaardig, en zoals zij dat was, zo deed ik dat ook. Daarmee was er voor hem nog maar weinig ruimte zijn eigen besluiten in te brengen. Discussies werden overgeslagen en kort daarop was hij voorgoed weg. Geen bezinning, maar een echt afscheid.

Enkele maanden later was ik alleen op weg naar het ziekenhuis. Mama's rode koffertje een trouwe metgezel, ik kon er op aan dat het koffertje er altijd was. Het was maar een koffertje, maar het bood me een stabiele basis, ik wist waar ik aan toe was, ik had hem tenslotte zelf gevuld. Naast mijn kleren zaten er ook haar kleertjes in. Alleen naar het ziekenhuis, alleen opgenomen worden, alleen bevallen. Ik miste mama zo enorm daar, niemand die mijn hand vasthield, niemand waar ik aan kon vertellen wat er door me heen ging. Natuurlijk zeggen ze in het ziekenhuis wel waar je aan toe bent, maar uiteindelijk loop je er ook alleen uit. Zo gingen we met z'n tweetjes weg. Ik herinnerde me Mama en wat zij en ik samen deden. Hoe we plezier maakten en hoe we samen het beste uit het leven haalden. Want zo was mama en zo ben ik ook.

Naarmate het eerste jaar vorderde kreeg ik meer moed en vertrouwen in hoe het ging. Ik raakte eraan gewend om met z'n tweetjes door het leven te gaan. Ik dacht terug aan de fijne tijden samen met Mama. De fijne momenten kwamen hier terug. De dingen die we samen deden toen herhaalde we. We maakte dezelfde vakanties. We maakte dezelfde reisjes. Het duurde dan ook niet lang voordat dit meisje naast me hetzelfde avontuur zag als ik zodra het koffertje tevoorschijn kwam. Naarmate zij enthousiaster werd, zo merkte ik dat het steeds moeilijker was enthousiast te blijven. Ik leefde Mama's leven opnieuw, maar niet mijn eigen. Het duurde niet lang voordat de frustraties me te veel werden.

Frustraties waar ik hier nu ook mee in de regen sta. Frustraties over wat ik probeer vast te houden, frustraties over dat ik haar nu weg breng. Ik sta stoer naast haar en doe mijn best me enthousiast te houden, het is maar goed dat we in de regen staan, zo ziet ze mijn tranen niet, zo ziet ze mijn woede niet. Dit meisje lijkt op zoveel manieren op mij. Ze straalt dezelfde naïviteit uit als dat ik die had in die tijd. De wereld is mooi en lief en aardig en fijn. Ons leven is gewoon en niets minder dan een groot avontuur.

Nu ik het allemaal zelf meemaak, ik zie nu wat Mama ook gevoeld zou moeten hebben. Zij was ook gefrustreerd hoe ze er alleen voor stond, al had ze opa en oma nog die haar hielpen. Opa en oma die mee gingen in haar koppigheid. Iemand die haar uitdaagde, die haar vragen zijn blijven stellen, is dit wel wat je wil? Mama was overtuigd van haar gelijk. Ik loop echter over aan twijfel. Zo had ik mijn toekomst niet voorgesteld. Ik heb spijt van mijn koppigheid om alleen door te blijven gaan.

De voordeur gaat open, daar staat hij dan, de vader. Hij begroet haar enthousiast en gillend van vreugde loopt ze naar binnen. Enthousiasme dat alleen een kind zo kan vertonen. Er valt een moment stilte, hij ziet het koffertje, hij kijkt me aan, zijn gezicht is bevroren. Ik geef het koffertje, hij pakt hem aan, duidelijk is hij zich aan het beraden wat dit betekent. "Zoo, je mag Mama's Rode Koffertje meenemen, dat is bijzonder!" Daar staat ze vol trots, "Ja, Mama zegt dat dit dan een avontuur kan worden." Hij weet goed wat het koffertje voor me betekent. Hij weet goed dat dit een behoorlijke discussie geweest is, dat ik uiteindelijk geen "nee" heb kunnen zeggen.

Hij laat de deur open en kijkt me aan, hij noch ik weten wat we moeten. Intussen blijft het regenen. Mijn dochtertje is binnen en al lang vertrokken. De pijn op mijn gezicht moet schreeuwend geweest zijn. Hij blijft twijfelen, "Wil je, …" Nog voor hij zijn zin af maakt roep ik al "Nee, ik moet maar eens naar huis." De deur blijft nog open, hij kijkt naar haar en vervolgens naar mij. Het begint intussen behoorlijk naar binnen te regenen, hij kijkt mij nog eens aan, om het zeker te weten. De deur gaat dicht en daar sta ik dan. Alleen in de regen, ik weet nog niet eens waar ik op wacht.

Het lukt me niet om te vertrekken. Het lukt me niet om haar achter te laten. Het enige wat me lukt is harder te huilen. Het blijft maar door me heen gaan hoe ik hier gekomen ben. Door koppig te blijven, door alles alleen op te willen lossen. Door hem af te wijzen, zijn tijd niet te gunnen. Het begon goed, maar het moest op mijn tempo gaan. Nadat we samen zijn gaan wonen, zijn eerste compromis, hebben we wel een fijne tijd gehad samen. Hoe meer ik hier bij stil blijf staan, hoe meer de twijfels door me heen lopen.

Mama heeft mij op haar manier opgevoed, ik heb dat opgevat als de enige manier om opgevoed te worden. Ik heb haar te vroeg verloren en nooit kunnen vragen wat ik erfde heeft me geleid tot deze regenachtige namiddag met de moed in mijn schoenen, niet wetende wat ik nu moet doen. Zoals nu zijn er andere momenten geweest waar ik wat anders had kunnen kiezen en dat niet gedaan heb. Ik heb geen twijfels, dat zeker niet, maar misschien is nu het moment om wat anders te kiezen. Wil ik deze toekomst voor mijn kind, haar vader en mij? Wil ik dit leven apart van elkaar leven? Wil ik mama's pad volgen of toch mijn eigen? Intussen loopt de regen door al mijn kleren heen.

Ik ben drijfnat en maak een keuze. Ik bel opnieuw aan. Dit keer niet voor mijn dochter, maar voor ons allen. Dit keer lijkt het maar een moment te duren. Hij doet open en zegt geen woord. Er valt een stilte. Ik raap mijn moed op en nog voor ik wat kan zeggen zegt hij, "kom alsjeblieft naar binnen, dan pak ik een handdoek voor je." Ik zucht en lach, "graag, maar ik wil het over deze hele situatie hebben. Ik ben koppig en star en je weet hoeveel moeite het kost om dit alleen al toe te geven." Er valt weer een moment stilte, hij antwoord, "we zijn altijd verbonden en we moeten beide kiezen hoe we dat willen invullen, laten we het er over hebben hoe we dit samen gaan doen." Voor een moment klem ik mijn kaken op elkaar, ik voel een opwelling maar zo snel als dat hij komt gaat hij ook weer weg. "Ja, samen." Ik lach en loop naar binnen.